Rene Haustermans

13X13: nog 6 dagen tot de Nach met vandaag: Rene Haustermans

9 september 2012 20:00 - Vanaf deze plek tellen we af richting de Nach. De teller staat nu op nog exact 6 dagen tot de Nach van ’t Limburgse Leed. Elke dag stellen we een prominent persoon 13 vragen op het gebied van Limburgstalige dialectmuziek. Dat betekent dus dat we in totaal 13 personen aan de tand voelen.

Vandaag aflevering acht met Rene Haustermans, organisator van de Nach van ’t Limburgse Leed in Sittard. Haustermans was voorheen lid van Kartoesj, waarmee hij in 2006 met Dat zit bie ôs in de femilie het LVK won. Tegenwoordig opereert hij solo en treedt hij naast onder anderen Ed Gravee en Anja Bovendeaard op tijdens de Nach in Sittard.

1) Wat is je favoriete dialectnummer ooit?
“Dat zijn er nogal wat: Hald mich ’s vas van Neet oét Lottum, Koele en kuulkes van Carboon, Blieve loepe van Rowwen Hèze, Ingel van Schintaler en nog meer en nog meer en nog meer.”

2) Wie is je favoriete dialectartiest ooit?
“Dat zijn er velen! Iedere artiest heeft zijn eigenheid. Jo, Frits en Harry als pioniers en daarnaast de singer-songwriters van nu die vanuit dezelfde traditie hun muziek toch in deze tijd weten te plaatsen.”

3) Wat is de beste tekst die ooit in het dialect is geschreven?
“‘n man, ‘n vrouw en ‘n groete pot beer van Rowwen Hèze. Een waarheid als een koe!”

4) Wat is de beste Limburgse plaat of cd ooit?
“D’r letste koempel van Carboon. Die plaat was tevens een opening voor een nieuw soort dialectmuziek.”

5) Wat is je vroegste herinnering aan een dialectliedje of artiest?
“Dat is toch Jo Erens. Ik speelde in 1985 in een theaterprogramma rondom het leven en liedjes van Jo. Verder natuurlijk ‘t huikske van Frits Rademacher en Sittardse carnavalsliedjes die het perfect deden als kinderlied.”

6) Is er een dialectnummer waar je emotioneel van wordt, en zo ja: welke?
“Wanneer je een lied in de taal van je hart hoort, is dat al emotie.”

7) Welk niet-Limburgstalig lied z ou ooit in het dialect vertaald moeten worden?
“Mens durf te leven van Dirk Witte: in mijn ogen hét kleinkunstlied bij uitstek.”

8) Welk dialectnummer zing je wel eens onder de douche?
“Net wat er in me opkomt. Dat kan een eigen lied zijn, of net wat er toevallig door mijn hoofd waait. Dat ligt natuurlijk ook aan het ritme van de douche.”

9) Wat is je favoriete vastelaovendnummer?
“Kôm gank mei van Frans Pollux en ‘t zit noe einmaol in ‘t Zittesj bloud van Zef Dullens, een haast vergeten Sittardse liedjesmaker èn oom van Toon Hermans. Ik vind hem eigenlijk nóg beter dan Toon.”

10) Wat is jouw favoriete Beppie Kraft-nummer?
“Heer späölde accordeon. Buiten alleen een ode aan Sjeng, vind ik dit tevens een ode aan al onze voorgangers in de dialectmuziek.”

11) Welke dialectartiest verdient in jouw ogen een groter publiek?
“Allemaal. We moeten af van de beeldvorming. Met name in het zuiden van de provincie bestaat nog altijd bij veel mensen het idee dat Limburgstalige muziek een synoniem is voor louter feestmuziek.”

12) Naast de overbekende dialectliedjes zijn er ook een hoop die lang niet iedereen kent. Is er voor jou zo’n nummer waarvan jij vindt dat veel meer mensen het moeten kennen?
“D’n euverkant van de nach, geïnspireerd op de roman van Jan van Mersbergen. Als je dit lied begrijpt, begrijp je carnaval. Dat nummer kwam trouwens opmerkelijk genoeg op dezelfde dag uit als Gedruimde wirklikheid, dat ik schreef na het lezen van hetzelfde boek.”

13) Op welk dialectgerelateerd iets waar jij betrokken bij bent geweest ben je zelf het meest trots?
“De optredens met Kartoesj, mijn eigen luisterliedjes en natuurlijk de eerste Nach in Sittard.”