Interview met LuusterNach-artiest Bert van den Bergh

De LuusterNach wordt dit jaar verzorgd door Nach-veteraan Bert van den Bergh.

17 september 2015 20:00 - De LuusterNach wordt dit jaar verzorgd door Nach-veteraan Bert van den Bergh. In Domani in Venlo treedt hij op samen met zijn band ’T Verlange. Er wordt door Bert, die tevens uitbater van Nach-café Take Five is, onder meer repertoire van Jacques Brel vertolkt.

Jij bent dit jaar onze Nacharties en treedt dus op in Domani. Wat kan het publiek verwachten?

‘De LuusterNach is aangekondigd als een hommage aan Jacques Brel. Dat is deels ook zo, maar we spelen ook ander werk. Ongeveer een derde van het materiaal is afkomstig van Brel, maar veel van de andere nummers zijn grotendeels wel in zijn geest, er min of meer door geïnspireerd. Het wordt een dwarsdoorsnede van mijn werk, er komt dus van alles voorbij tijdens de LuusterNach. Theaterachtige pop, zo zou je het kunnen omschrijven.’

Jacques Brel loopt als een rode draad door jouw loopbaan.

‘Hij is één van mijn favoriete zangers. Zijn stem. De eerlijkheid, de passie waarmee hij zijn nummers zong. Tekstueel was hij een genie. Jacques beschikte daarnaast over een pianist die muzikaal alles naar een nog hoger niveau tilde. In de tijd van Von Bergh heb ik in Domani samen met Herman Verweij een Brel-avond verzorgd, toen draaide alles om Brel. Het werd zeer positief ontvangen, mensen stonden uiteindelijk bij Koops in de rij voor kaartjes. Wellicht dat er nu wordt gedacht dat de LuusterNach een kopie van die avond gaat worden, maar dat is dus niet de bedoeling. Wat we toen hebben neergezet zal lastig te overtreffen zijn, dat project was dan ook eenmalig. We gaan er gewoon een heel mooie muzikale Nach van maken, met dus zoals gezegd wél het nodige aan Brel-nummers.’

De LuusterNach te mogen verzorgen: dat moet welhaast een eer zijn.

‘Domani is een prachtige locatie, het is heel mooi op zo’n podium te mogen spelen. We werden een paar maanden geleden gevraagd. Natuurlijk ben je geneigd meteen ja te zeggen, maar je bent ook afhankelijk van de rest van de band. Iedereen kon die avond gelukkig, dus konden we alles in gang gaan zetten. Ons werk komt in zo’n setting goed tot z’n recht. Luisterliedjes lenen zich niet heel erg voor een rumoerig café. In Venlo is Domani qua akoestiek en sfeer één van de mooiste podia die je je als zanger kunt wensen.’

Je treedt op met je vaste band, ’T Verlange.

‘Daar ben ik blij mee: het is veruit de beste band waarmee ik heb gespeeld. ’T Verlange bestaat uit stuk voor stuk topmuzikanten die ziel en zaligheid in elk nummer leggen. Er is een goede wisselwerking: ik schrijf de nummers, maar vervolgens legt iedereen er een stuk creativiteit in en wordt een lied af gemaakt. Anders gezegd: ik schets een lied, met z’n allen kleuren we het in. Het opmerkelijke aan ’T Verlange is dat we geen drums hebben, al missen we daar naar mijn mening binnen ons concept niets aan. De bas is soms iets meer drijvend, maar dat past op die manier juist goed in het geheel.’

Welke muzikale plannen heb je nog zoal?

‘Begin oktober gaan we een clip opnemen. Luna & sol is onze nieuwste single, en die wordt dus begeleid met een videoclip. Topregisseur Louk Voncken heeft die taak op zich genomen, ik ben zeer benieuwd wat het gaat worden. Luna & sol is een lied dat anders klinkt dan eerder werk. Geïnspireerd op de stijl van Paolo Conte. Ik zag een documentaire over hem en wilde graag een soort nummer in de sfeer waarop hij ze maakt schrijven.

Ik ga zelf als zanger graag zo lang mogelijk door. Ik hoef niet meer zo nodig overal te spelen, zoals in de tijd met Romeo gebeurde. Maar op mooie locaties optreden, ja: daar haal ik telkens voldoening uit. Laatst speelden we in de kloosterbibliotheek in Wittem. Bijna niemand kent mij daar, maar puur door de setting was het uitverkocht. Mensen daar weten dat er op die plek steevast iets goeds wordt neergezet, ze zijn dus nieuwsgierig. De reacties achteraf waren overweldigend. Natuurlijk, dat smaakt altijd naar meer. Op die manier wil ik nog heel lang blijven optreden. Je kunt als zanger goed oud worden. Kijk naar bijvoorbeeld iemand als Leonard Cohen. Zo puur en eerlijk. Nee, ik heb nog plannen genoeg.’

Ook buiten je zangactiviteiten heb je het nodige met de Nach.

‘Ik ben destijds begonnen met de organisatie van de Nach, samen met Marcel Tabbers en Ruud Stikkelbroeck. We wilden een mooi dialectmuziekfestival neerzetten, maar hadden geen idee dat het zo aan zou slaan. Bij de eerste editie was de hele stad al vol. We liepen door de Gasthuisstraat, van alle kanten zagen we mensen en hoorden we muziek. We hebben artiesten als Arno Adams en Peter Beeker geïnspireerd en gestimuleerd in het dialect te gaan zingen, fantastisch als je ziet hoe ver zij met hun dialectliedjes zijn gekomen.

De Nach leeft nog altijd, het is elk jaar weer een feestje. Nee, we hadden destijds niet de verwachting dat het na zoveel jaar nog altijd zou kunnen bestaan. Ik heb zelf veel mooie optredens gezien. Het Dylan-project in Domani was onvergetelijk. En ik herinner me nog een keer dat we met Romeo in Old Dutch speelden. Het was zo druk dat ik zelf door het raam naar binnen moest. Ook Take Five doet elk jaar mee met de Nach. Take Five is mijns inziens vooral een café voor bandjes, zulke acts passen er prima. Maar het mooie aan de Nach van ’t Limburgse Leed is juist dat er overal zoveel verschillende genres aan bod komen.’